haagse jazz…

and all that jazz      …en al die –haagse-  jazz…

 

 

Jazz is een `interlude` van June Christy… Jazz is een arrogant gebarende, sexy Anita O’Day tijdens een optreden op het Newport Jazz Festival in 1958… Jazz is het label Blue Note.  Jazz is West Coast. Jazz is a Great Day In Harlem.  Jazz is `mr. Cool`,  Chet Baker… Jazz is bebop. Jazz is hardbop.  Jazz is Monk en Lee Morgan. Jazz is –vóóral- een tenorsax.  Jazz is…
`Ik ben een Hank Mobley-vrouw…`  De melding, waar ik niet om heb gevraagd, doet mij opschrikken uit mijn gedachten.
Ze ziet er uit als een professionele balletdanseres. Alleen stáát ze niet aan de bar, doch ze zìt en ze geniet, zoveel is wel duidelijk, met volle teugen van haar bier en van de muziek. Ik schat haar ergens tussen de dertig en de veertig, alhoewel door die twee speelse staartjes, het resultaat van een paar simpele elastiekjes, ze een energie en veerkracht uitstraalt van iemand van maar nauwelijks twintig…
Ik wist wel dat ik niet de enige zou zijn vanavond, maar dit maakt het toch stukken leuker. Een behoorlijk bevolkte sociëteit logenstraft de valse opmerkingen achter mijn rug als zou ik aan het hobbyen zijn met het promoten van jazz en de bijbehorende jamsessions op deze locatie en ik blijf nog even met voldoening staan kijken. Ik kruip naast de danseres op een kruk en bestel ook een fluitje. Erik Doelman zit op zijn quasi nonchalante wijze, enigszins achterover leunend aan de piano en begeleidt een swingende tenorsolo en ziet me niet.  Simon Rigter is er dus ook… Dat is boffen. Het geheel ademt een sfeertje van halverwege de jaren vijftig. Vorige eeuw…
Een echte jazzclub, maar dan anno 2002  èn aan het Voorhout…
Ik krijg een vriendschappelijke knipoog van Ben Schröder vanachter zijn drums en ook Alex Milo geeft heel even te kennen dat hij mij heeft zien binnenkomen. Hij stoot met zijn bas tegen de nog altijd te laag hangende, met kunst- en vliegwerk wat dichter naar het plafond gemanoeuvreerde lamp. Zweetdruppels langs zijn gezicht. Ongetwijfeld van die warme lamp en niet van het harde werken. Ze moeten nog maar net begonnen zijn… Het is nog niet eens half tien.
`Van mij mag het ook Simon Rigter zijn`, zeg ik en ik denk aan al die Hank Mobley opnames in mijn verzameling thuis…


Een jaar eerder had ik aan deze zelfde bar, hetzelfde gesprek over hetzelfde onderwerp, maar dan met Philip Harper… `Elke trompettist`, zo wist hij mij te vertellen, `speelt eigenlijk sax solo’s wanneer hij trompet speelt`… Zijn grote man op dat gebied bleek Sonny Stitt.
`Ik ben een Hank Mobley-man`, had ik hem toen laten weten. Maar ja, ìk speelde geen trompet…Ik speel helemaal nìks…
Ik kan nog geen noot lezen zo groot als een koe…

`Ik mis Philip Harper hier`, zegt de danseres alsof ze gedachten kan lezen.
Ik mis hem ook, maar ik mis hem al máánden. Ze bestelt voor zichzelf en voor mij nog een biertje. Ik begin het steeds leuker te vinden. De crême de la crême uit de Haagse jazzscene in `mijn` club en dan ook nog zulk lekker bier. Het kan niet op… Achtereenvolgens, binnen een tijdsbestek van niet meer dan dertig seconden, komen  David Lucas en `señor blues himself`, Rob Agerbeek, de sociëteit binnen en gaan aan tafel zitten bij Udo van Boven. Neen, aan pianisten geen gebrek. Vooral niet wanneer zij even later ook nog worden gevolgd door Peter Beets. Ik kijk vragend in de richting van Robbie.
Met Rob Agerbeek heb ik iets speciaals. Wij houden van dezelfde muziek en wanneer ik op de schaarse momenten dat daar gelegenheid voor is bij hem thuis wat `bijpraat`, luisteren wij samen naar wat wij vinden, de beste pianist van allemaal, Horace Silver.  Robbie heeft buiten kijf, de mooiste verzameling jazzplaten en cd’s die ik ooit gezien heb. Sinds het midden van de jaren vijftig, toen mijn belangstelling voor deze muziek werd gewekt, heb ik het allemaal wel eens -sommige stukken zelfs wel honderd keer- gehoord natuurlijk. Maar hij heeft het gewoon in de kast staan…
Udo van Boven onderschept mijn blik en geeft met een handgebaar te kennen: `Komt wel goed…` Binnen een kwartier zit Robbie achter de piano, Peter Beets achter de drums en soleren Simon Rigter, tenor- en David Lucas, altsax, om beurten alsof het hier een wedstrijd betreft. Alex Milo staat nog altijd onder die warme lamp.
Dat`ie daar geen last van heeft… Ook hij wordt echter even later aan de bas afgelost door Peter Beets die in zijn eentje gewoon een heel trio speelt als het moet…
Wanneer in de vroege uurtjes Vincent Koning, na een gig in de provincie, zijn gitaar installeert, zit Udo al minstens een half uur aan de piano.
En Erik Doelman ziet dat het goed is. Aan de bar, samen met mij en de danseres en nog maar een handjevol fans van Alex Milo.
Ze gaan toch nog wel een tijdje door zeker…

Was ik nu ook maar jazzmusicus…
Want dat heb ik natuurlijk wèl, om maar eens op dat `hobbyen` terug te komen…
Wat zou ik graag de boss tenor willen zijn, of de drummer. Maar ja, dat laatste is inmiddels ook alweer minstens dertig jaar geleden…

Ik moet maar gewoon blijven schilderen.

Ik moet maar gewóón blijven…

Zonder tenorsax, zonder drumstel, zonder danseres…
Jazz is een band van Billy May…Jazz is Mel Tormé. Jazz is de bros. Adderley, Brecker en Marsalis,  Jazz is Parijs… Jazz is 52nd Street en Broadway.  Jazz is Horace Silver`s  Señor Blues (in wel drie verschillende uitvoeringen…)  Jazz is Blue Monk van Monk zelf… òf van Marcus Roberts…    Of van Peter Beets…
Jazz is Kind of Blue… Jazz is

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *