parijs, 7 oktober 1991

Parijs,  7 oktober 1991


Met mijn personenbus vol met kunst –alle banken en ook het imperiaal tot aan de nok toe gevuld met schilderijen- rijden wij Parijs binnen…
Met `wij` bedoel ik de sinds jaar en dag steun en toeverlaat van Pulchri Studio, Geer Huybers en mijzelf.
Op pad gestuurd door het bestuur van de club. In de hoop dat ze op die manier geld kunnen besparen, want al die schilderijen meegeven met een officiële transporteur, gespecialiseerd in het vervoer van kunst, betekent natuurlijk een behoorlijke aderlating. Financieel gezien, bedoel ik. En wij krijgen (en hoeven ook…) ‘alleen maar’ de kosten vergoed en kunnen, zo is ons verzekerd, overnachten in het atelier van Pat Andrea. Goede deal dus, voor het bestuur. En ach, wij vinden het wel spannend om eens een keer op die manier op stap te gaan en dus hebben wij vanmorgen in alle vroegte, aan de achteruitgang in de Hoge Nieuwstraat, mijn bus volgeladen met veel werken van Akiko Toriumi en een paar van Pat Andrea.
Eigenlijk gaan we voor Pat Andrea, `maar,` zo gaf het bestuur te kennen, `die van Akiko kunnen best in een moeite mee.` Dan waren ze daar ook maar gelijk van af…
Ook meegekregen van het bestuur: een onhandig, veel te klein en veel te dik stratenboekje van Parijs, maar waar wèl alle straten, in alle arrondissementen in te vinden zijn en dus eigenlijk wel handig nu ik er over nadenk.
Eerst maar eens op zoek naar het adres van Akiko Toriumi.
De een of andere Rue du Faubourg-en-nog-wat… Ja, het is niet te geloven… Daar zijn er zo’n stuk of zeven, of misschien wel acht van. Pas bij de tweede begrijpen we dat er ook nog wat achter `Faubourg` komt en dat we daar op moeten letten. En bij toeval is `t `em nog ook. Snel alles wat van haar is de bus uit en via een wirwar aan trapjes en kamertjes, haar atelier in. Even, op kosten van Akiko, een café noir aan de overkant en direct daarna weer op weg, nog dieper het Parijse labyrint in, op zoek naar Pat Andrea.

Via Porte d’Italie vinden wij hem wat later in de middag toch nog vrij snel en ik parkeer de bus vlak voor de ingang van zijn atelier. Binnen maken wij kennis met een opgewonden Pat Andrea. Hij is verder alleraardigst, maar heeft net een zeer onplezierige ervaring achter de rug en is daar duidelijk nog van onder de indruk. Zijn atelier, met openstaande deur naar de straat, is nogal gemakkelijk toegankelijk voor voorbijgangers en vlak voor onze komst is er iemand naar binnen geslopen en heeft een portefeuille, die op zijn werktafel lag, gepakt en is hem daarna gesmeerd…
Op de vloer van de zeer ruime werkplaats ligt een groot doek, waarop als bewijs, een overduidelijke afdruk van de zool van een sportschoen. De dief heeft niet de moeite genomen om over het schilderij heen te springen of er omheen te lopen. Neen, dwars door het schilderij, alsof het hier een vloerkleed betreft. Het schilderij ligt klaar om te worden ingelijst en ik vind dat de afdruk van de schoen niet misstaat en geef hem de suggestie om het zo te laten. Om de afdruk te impregneren en het doek de titel: `Le Voleur` mee te geven. Hij vindt dat maar niks, maar probeert dat niet te laten merken.
Veel doeken in het atelier, vooral ook omdat mijn bus ondertussen is leeggemaakt. Ik vind het werk wel en raak onder de indruk van een schilderij in opdracht waaraan hij bezig is. Een soort van portretopdracht.  Het lijkt in de verste verte niet op zijn vrije werk, dat ik ook erg bewonder. Heel erotisch vind ik dat werk. Al die telkens maar weer, door toedoen van die hond met die stok in zijn bek, over het doek vliegende vrouwen. Wijdbeens, zodat je ze in hun kruis kunt kijken. In de meeste gevallen blijken zij overigens een kuis, maar wel provocerend, wit broekje te dragen, maar dit terzijde. Het wordt er alleen maar erotischer door. Hij toont me een paar schetsen die hebben geleid tot enkele van zijn schilderijen en ik krijg een catalogus van een van zijn meest recente exposities hier in Parijs. Het valt me op, dat, in sommige van de schetsen en ook delen van schilderijen, het lijkt alsof hij de voorstelling uit een blok hout heeft gesneden. Gebeeldhouwd als het ware. Dat ik daarin niet alleen sta wordt me duidelijk wanneer hij me trots een uit hout gesneden hond laat zien ter grote van een vuist. Speciaal voor hem gemaakt door een vriend en bewonderaar. Het beest lijkt zo uit een van die zo bekende Pat Andrea werken te zijn gestapt.

 

Tegen de avond gaan Geer en ik ergens in een typisch Parijs tentje wat eten en lopen, om wat beweging te krijgen, bijna helemaal tot aan het begin van de Blvd. Saint Michel. Want we hebben er mooi weer bij. Maar we besluiten om niet verder te gaan. Nog even en we zouden in het Quartier Latin zijn beland, aan de linker oever… Zou niet verkeerd zijn geweest voor een paar dagjeskunstenaars uit Holland natuurlijk, Saint Germain, maar we zijn moe en moeten terug zolang we de weg terug nog kunnen vinden.

Pat en zijn vrouw zijn uitgegaan. Een eerdere afspraak, welke niet meer kon worden afgezegd. Een babysit past op de kinderen en wij maken ons dan maar op om te gaan slapen op een van de banken in het atelier. Maar dat had ik gedroomd. Nog geen vijf minuten op de bank of ergens in het atelier begint, zeer luidruchtig, de een of andere machine te draaien. Wat het ding precies doet weet ik niet. Frisse lucht aanjagen… Warmte… Ik heb geen idee. Wel weet ik dat het kreng vreselijk veel lawaai maakt en na een tijdje heb ik het wel gezien. Ik besluit om in mijn bus, die nog ergens in de straat geparkeerd staat, te gaan liggen. Verborgen onder het oranje dekzeil, gebruikt om de schilderijen op het imperiaal tijdens de reis af te dekken, val ik rustig in slaap. Letterlijk onder zeil dus… Maar niet voor lang. Na een half uur wordt er aan de deur gerammeld: Geer… Of er niet ook nog een plaatsje voor hem in de bus is. Ook hij wordt niet goed van de herrie. Plek om te slapen is er genoeg en dus doen wij dat. Eindelijk. Verdiend.

Het wakker worden de volgende morgen is minder. Stijf en koud en veel te vroeg. En er gluren telkens voorbijgangers, op weg naar hun werk, naar binnen. Zij vinden het maar vreemd om zo’n buitenlandse bus met dichtgestoomde ruiten in hun straat aan te treffen. Ik kom zo vlug mogelijk overeind en kruip onder het dekzeil vandaan. En naar buiten, want ik vind de situatie een beetje gênant. Er zit een briefje onder een van de ruitenwissers, gericht aan Gérard en Dirk. Sorry voor al het ongemak etc. Kortom: een uitnodiging om te komen ontbijten en van de badkamer gebruik te maken… ‘Ja, lekker scheren’, denk ik en ik haast me naar boven, naar de badkamer. Niet dus. Scheerapparaat vergeten. Dat gebeurt me nog al eens op tripjes naar het buitenland. Stom. Maar ja, vanavond ben ik weer thuis, dus wat maakt het allemaal uit. We eten met z’n drieën vier croissants (ik twee, omdat ik sterf van de honger) en nemen afscheid van Pat Andrea.
Die vierde croissant was vast bestemd voor zijn vrouw, bedenk ik later. Nou ja, jammer dan…

Omdat het nog vroeg genoeg is, bezoeken we, en passant, ook nog even de Fiac 91 in het Grand Palais op onze weg, dwars door het centrum van Parijs, terug naar het noorden.
Een heel leerzaam begin van de week…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *